8 januari 2015

De afslagbak.

Al jaren gaat het zo. Ik ga shoppen met vriendinnen. Ze zien iets lelijk in het rek hangen en kijken ernaar met een gezicht dat ik persoonlijk reserveer voor een aflevering van Embarassing Bodies op Vitaya. Een gezicht alsof je net zure melk geproefd hebt. Bekomen van de eerste schok nemen ze het stuk toch uit het rek, houden het voor zich, lachen er wat mee en nemen eventueel een foto om achteraf te delen op sociale media met de hashtag #gatlelijk.

Maar dan verandert er plots iets in hun uitdrukking. Hun ogen en mond sperren zich wijd open. Beter gekend als het glorieuze moment van de goddelijke ingeving. De vriendinnen draaien zich naar mij. En zonder een greintje schuldgevoel over de gruwelijke woorden die ze net spraken over het kledingstuk in kwestie zeggen ze : ‘Lenalena, niks voor u?’Waarop ik vaak reageerde met: ‘het is niet omdat het lelijk is en in de afslagbak ligt, dat ik het mooi ga vinden.’ Ik wou me beter voordoen dan de afslagbak. Maar echt? Ik bén de afslagbak.


Toen ik vorig jaar in (topboek, gratis tip!) D.V. van Diana Vreeland volgende quote las, beleefde ik een klein aha-momentje.
"Vulgarity is a very important ingredient in life. I'm a great believer in vulgarity-if it's got vitality. A little bad taste is like a nice splash of paprika. We all need a splash of bad taste-it's hearty, it's healthy, it's physical. I think we could use more of it. No taste is what I'm against."                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Diana Vreeland

 
Diana Vreeland in mijn droomwoonkamer.
Ik kleed me inderdaad vaak niet helemaal volgens de conventies van de goede smaak. Omdat ik het bevrijdend vind om een outfit af te maken met of volledig op te bouwen rond een ghetto en/of vulgair detail. Luipaard, glitter, gouden kettingen, kletterende armbanden. Het brengt wat humor in je outfit en toont dat je het allemaal niet zo serieus neemt. Het geeft je controle. Alsof je jezelf al onderuit haalt nog voor iemand anders het kan doen.
Onlangs in Oostende was ik zo gelukkig. Ik vond zwarte vintage Gianni Versace booties met gouden kettingen. 




Ze zouden perfect passen bij het lange luipaardkleed dat ik onlangs op weg naar de Delhaize kocht in een Russische hoerenwinkel. (Een kleed dat ik intussen al droeg op een trouwfeest en waar de woorden ‘Russische hoer’ niet –ik herhaal NIET- gebruikt werden om het kleed te complimenteren. Dat bewijst: het draait allemaal om context.) Maar waarom ik nog het meeste blij was met de schoenen? Ze zouden niet misstaan op Fran Fine.


Fran Fine van The Nanny. Mijn stijlicoon. Steeds een tikkeltje trashy gekleed. De reden waarom ik naar de heruitzendingen blijf kijken. Terwijl mijn lief wat verder zijn hoofdtelefoon opzet. Het geluid van haar stem maakt hem gek. Maar het volume van haar outfits? Daar kan hij gelukkig mee leven.

Hij ziet het: Nanny Fine heeft stijl. Een stijl. Misschien niet de jouwe. Maar stijl sowieso. En dat is beter dan geen stijl. Je slaat de bal beter volledig mis dan de bal onaangeroerd te laten liggen.

Lekker trashy. Luid. Ongegeneerd. Mijn vriendinnen kenden mij blijkbaar beter dan ik mezelf. Bij het afrekenen van de schoenen vroeg ik 25 euro korting. En ik kreeg ze. Ze noemen mij niet voor niks de afslagbak.

x

Lenalena

PS: Wat vinden jullie van een tikkeltje slechte smaak om een outfit af te maken? En wie is jullie onwaarschijnlijke stijlicoon? Vertel!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...